Vloeken

Het vloeken werd ons thuis niet afgeleerd, ik kom uit een familie van vloekers, we waren ook verre van Christelijk of anders gelovig. Als er bij ons thuis wat mis ging, dan vlogen de gloeiende-godverdommes door de kamer en regelmatig was er weer iets met de tering of de tyfus. Mijn opa was er echt een meester in, ik kan mij herinneren dat mijn broer op een tafeltje in de gang ging zitten, dat op een krukje leek. Het tafeltje begaf het en mijn opa gooide er een minuut lang vloeken uit, waar de honden geen brood van lustten.

Ik was dan ook verbaasd toen ik ergens in de jaren tachtig met de posters van de Bond tegen het vloeken werd geconfronteerd. Het was voor mij een les dat er blijkbaar iets mis was met vloeken en dat maakte op deze vijfjarige behoorlijk wat indruk. Ik vroeg het mijn ouders en die zeiden dat je er zelfs een boete voor kon krijgen, vloeken mocht van sommige mensen niet.“Jan Tabak! Heb je verdomme geen ogen in je harses, stuk schimmel dat je daar zit met je gammelbak! Leer eens uit je giechel kijken, spastische neuroot met je Bona-rijbewijs!”; hoorde ik mijn opa eens tieren tegen een andere automobilist. Niet geheel pedagogisch verantwoord om dat in het bijzijn van je kleinkinderen te doen, maar mijn opa kon het vloeken niet laten. Hier kon de Kerk toch geen bezwaar tegen hebben? Zak Tabak was een van zijn favorieten, maar God ontbrak niet aan zijn repertoire, al dan niet gloeiend en verdoemend.

Godslastering werd in 1932 strafbaar gesteld, nou viel vloeken daar ook onder, want God om verdommenis vragen is toch een beetje de draak steken met God. Het is frappant dat er in de term ‘godslastering’ al een ziekte voorkomt en dat mag misschien ook niet, maar het artikel heeft het daar dan weer niet over.

Overigens zijn er verdomd weinig veroordelingen geweest op basis van dit artikel, maar jurist als hij is, stofte Minister Donner dit artikel in 2007 weer af en vond dat er in de maatschappelijke discussie teveel op religie werd gefocust en dat daarbij onnodig grievende teksten werden gebezigd. Prompt vonden de VVD en D66 dat dit artikel in strijd was met de vrijheid van meningsuiting en wilden het schrappen. In 2009 dienden deze partijen dan ook een wetsvoorstel in om het te schrappen.

Sinds 2009 zijn de politieke verhoudingen natuurlijk gewijzigd en meneer Teeven heeft zijn handtekening (en dus die van de VVD) onder het wetsvoorstel weggehaald. Vermoedelijk om de steun van de SGP te krijgen, want die stoot je natuurlijk tegen de knie als je dit artikel schrapt. En ja, de huidige regering kan alle steun gebruiken, misschien dat de ChristenUnie ook minder happig is om het kabinet te steunen als dit artikel wordt geschrapt. De VVD wil dat dus niet meer, er moet een verbod blijven op godslastering, een opmerkelijke draai.

Ik denk alleen wel dat Donner gelijk had toen hij dit artikel wilde afstoffen. Het belachelijk maken van religies en gelovigen is onnodig. Er zijn zat andere manieren waarop je mensen in de zeik kan zetten of kan uitschelden. Wat Wilders bijvoorbeeld doet met het wegzetten van de Islam als een achterlijke ideologie hoeft van mij niet zo. Los dat het feitelijk onjuist is, is het volgens de eerste twee subs van het artikel ook strafbaar. het zou het maatschappelijke debat veel mooier maken als we het zonder dit soort aanvallen zouden doen en eigenlijk ziet dit artikel daarop.

Maar om even terug te komen op vloeken, dat kan prima zonder God er bij te halen, dat heb ik wel van mijn opa geleerd. Zo is een ‘verdomme’ net zo krachtig als een ‘godverdomme’ en kan een ‘in vredesnaam’ mooier klinken dan een ‘in Godsnaam’. Daarnaast is er ook een hele medische encyclopedie waar je mee kan vloeken. De tering, tyfus, kolere, pleuris, kanker en cholera worden veel gebruikt, maar we hebben ook de geslachtsdelen als kut en kloten.

De Bond tegen het vloeken is ook daartegen, het zou grievend zijn. De eerste teringlijder moet ik nog tegenkomen, dus je kan je afvragen voor wie het grievend is. En zouden alle vrouwen zich beledigd voelen als ik het weer eens over een kutapparaat heb, waarbij ik het dan niet over een vibrator heb, maar mijn computer of telefoon weer eens uitscheld? Goed, uitzonderingen daargelaten, zo woon ik in Den Haag, een kankerstad kan ik wel zeggen.

Niet dat ik wat tegen de stad Den Haag heb, goed, ik heb er veel op aan te merken, maar ik bedoel met kankerstad iets anders. Ik zou het eigenlijk over een kankerdialect moeten hebben, waarmee ik uiteraard het Haags bedoel. Men gebruikt hier kanker als krachtterm voor veel woorden, of, op z;n Haags: ‘kankàh’. Dagelijks hoor ik het om mij heen: kankàhdit en kankàhdat; “Die kankàhgozer moet met zijn kankàhpraat over mij eens zijn kankàhbek houden!”; waarmee de spreker wil zeggen dat de man in kwestie niet slecht over hem moet spreken. Maar ook positief wordt het gebruikt: iets is kankàhgoed. De taalliefhebber ziet onmiddellijk een contradictie, iets dat kanker heeft is doorgaans niet goed.

Tsja, er zijn mensen die zich daar aan storen, die vinden dat je niet met kanker moet schelden, dat het grievend is voor mensen met kanker of hun nabestaanden. Ga het de Hagenezen maar eens afleren. Ik stoor me er eigenlijk niet aan, het hoort bij het Haags, hoe wenselijk of niet. Er zijn inmiddels collega’s en vrienden die weten dat ze in mijn buurt wat origineler moeten zijn, maar ik stoor me er niet aan. Zonder van mijn tijd.

Ik los dat anders op, ik gebruik het zelf niet in elke zin, zoals ik zelden in een normale zin een ziekte bezig. Vaak is het gewoon niet nodig en als iets niet nodig is, dan moet je het ook niet doen denk ik dan. Tuurlijk, als ik vloek omdat er iets niet lukt, omdat er iets misgaat of omdat ik ergens pissig om ben, dan vliegt er een half ziektecomplex voorbij waar je niet gelukkig van wordt, maar kanker zal er niet in voorkomen. Zelden dat het grievend is voor iemand, dat is niet nodig. Toch zou ik het niet goed doen bij de Bond tegen het vloeken, daarvoor vloek ik toch te veel en te vaak.

Maar vloeken kan zoveel origineler. Naast de vele andere lessen die ik van mijn opa mocht leren, is dat misschien wel een van de belangrijkste. Het mooiste was misschien nog als mijn opa en mijn moeder in een felle discussie zaten: hij met zijn klassieke gevloek en mijn moeder met haar Jordanese gevloek. Prachtig om te horen! Haast poëtisch zoals er dan gevloekt werd! De galbakken, zeikstralen, randgevallen, achterlijke gladiolen, takkewijven en godvergeten sodemieters vlogen je om de oren.

Grievend, hoeft niet eens. Ik doe het graag en blijf het doen, het lucht zo lekker op. Met of zonder God, strafbaar of niet. Daar mogen de conservatieve partijen en de VVD het misschien niet mee eens zijn, ik doe het lekker toch en de eerste Jan Tabak die mij daar in tegenhoudt zal het over zich heen krijgen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: