De Aangifte (3)

Ze had een afspraak gemaakt om naar kantoor te komen, maar eigenlijk was ze niet zo mobiel meer, had ze bij het afzeggen van de afspraak doorgegeven. Dus wij kwamen aan huis om de aangifte op te nemen. We kwamen aan in een aanleunwoning in een flat uit de jaren zeventig en als er geen grote platte televisie en een Senseo en magnetron in de keuken hadden gestaan, dan hadden wij ons inderdaad 35 jaar terug in de tijd gewaand. Niks wees er eigenlijk op dat hier iets was veranderd: hoogpolige tafelkleedjes, donkere, breed en laag vormgegeven meubels en donkergroene kussens op de bank.

Natuurlijk was het appartement wel een jaar of wat geleden gerenoveerd en waren de muren strak-wit, maar we waanden ons echt even in een tijdmachine die ons naar de zeventiger jaren had gebracht. Als je er van houdt, dan was het een prachtig interieur met hoogstwaarschijnlijk allemaal authentieke relikwieën uit de tijd van onze ouders. Mevrouw Dekercke zelf was voor haar 92 jaar nog prima bij de tijd, al sprak haar lichaam dat tegen. Voor het 37-inch televisiescherm stond een vergroter om het beeld voor haar nog leesbaar te houden en op de verschillende tafels lagen loepen om nog te kunnen lezen. Op de bank lag op het witte gehaakte kleedje de Volkskrant van die dag, ook met een loep er op. Iets wat ik nog zelden zie bij mensen op deze leeftijd, een krant.

Ze ontving ons alsof het een hele eer voor haar was dat wij kwamen, we kregen de beste plaatsen aan de salontafel en discreet werd de asbak terzijde geschoven, zodat we plek hadden op de tafel. Drie ordners met paperassen werden op tafel gelegd; “Dat komt zo wel, eerst willen de heren natuurlijk een bak koffie…” Uiteraard, en mevrouw Dekercke schuifelde met haar stok naar de keuken om de koffie te maken. De aanstalten die wij maakten om te helpen werden in de kiem gesmoord; “Nee heren, dat kan ik zelf gelukkig nog wel!”

Ze schuifelde terug met de twee bakken te slappe koffie en vroeg wat wij allemaal van haar wilden weten. Ik legde haar uit dat we al veel gegevens in de computer hadden gezet, maar dat we niet alles konden weten, zo hadden we iets begrepen over een Belgisch pensioen. Ze wees een van de ordners aan en vertelde ons dat we daar maar in moesten kijken, zij zag het allemaal niet meer zo goed, maar het moest iets zijn ‘uit de Kongo’. Mijn collega zocht door de mappen naar het Congo-document, terwijl mevrouw Dekercke mij vertelde over dat zij en haar man in ‘de Kongo’ waren geweest. Hij had daar werk gedaan voor een maatschappij en zodoende ontving zij nog pensioen ‘uit de Kongo’. Het was een mooie tijd geweest daar, ze hadden veel gezien en beleefd, tot ze er weg moesten. “Erg vriendelijke mensen daar, altijd beleefd en dienstbaar”; vertelde ze.

België had een aantal decennia flink huisgehouden in wat nu Congo heet en is daar bijzonder hardhandig weggewerkt door de lokale bevolking en blijkbaar waren meneer en mevrouw Dekercke daar namens de Belgen geweest. Ik besloot het maar niet te hebben over de dubieuze rol van de Belg in ‘de Kongo’, ik zou het ook maar niet hebben over de motieven voor de ‘vriendelijkheid en dienstbaarheid’ van de Kongolezen, het leek mij slimmer om dat deel van het verleden te laten rusten.

Mevrouw Dekercke vertelde vrolijk verder over haar leven, het was allemaal mooi geweest, ze waren vanuit Afrika naar Nederland gegaan, omdat haar man hier aan de slag kon. Die was vijftien jaar terug overleden en sindsdien deed ze alles alleen. Ze vond het ook wel wat hebben na al die jaren samen, vertelde ze opgewekt, alleen dat lichaam werkte niet meer zo mee. Naast haar ogen had ze ook een probleem aan de darmen; “Daar heb ik kanker aan”; vertelde ze luchtig. “Maar daar laat ik mij niet meer aan opereren hoor, dat red ik niet met al die narcose en herstel. Nee hoor, ik ben klaar en als ik slecht word, dan is het ook wel voorbij, ik heb lang genoeg mogen genieten!”

Ze vertelde dat de doktoren haar nog een half jaar hadden gegeven, dat was in november geweest en ik besefte mij dat er een stervende voor mij zat. Niet dat ze er moeite mee had, in tegendeel, maar ze had het zo besloten. “Een mooi, doch dapper besluit mevrouw”; antwoordde ik. Ze wuifde het luchtig weg en vertelde dat ze er allang vrede mee had. Ik vulde de bijbehorende aftrekposten in en maakte de aangifte verder af, ze zou een bescheiden bedrag terugkrijgen.

Uiterst vriendelijk was mevrouw Dekercke, geen verbittering, ondanks haar toestand. Beleefd sloegen we een tweede bak koffie af en ook de doos Belgische bonbons, die ze bij het afscheid aan ons presenteerde moesten we afslaan. We waren een paar verhalen rijker en waren nog steeds verbaasd over hoe deze mevrouw omging met haar naderende einde toen we in de auto stapten.

Niet alle verhalen die ik hoor blijven hangen. Ouderen zijn vaak geïsoleerd, sociaal verarmd, maar juist als hun verhalen niet gekleurd zijn door verbitterdheid, dan blijven ze hangen. Mevrouw Dekercke was allerminst verbitterd, in tegendeel, ze leek nog te genieten van wat ze had. Ik teken er voor om op mijn 92e nog zo kwiek te zijn als zij.

Een maand later werd ik door de zoon van mevrouw Dekercke gebeld, hij wilde weten hoe het nu verder ging met die aangifte, aangezien zijn moeder overleden was.

.

De naam van mevrouw is uiteraard een verzonnen naam.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: