Haar glimlach…

Ze had het toch maar getroffen. Ze bedacht het zomaar, dat ze vrolijk was. Zittend in de trein kwam er een glimlach op haar gezicht, die alleen zij begreep. De muziek in haar oren schalde van alles, maar de hoorde het niet. Haar gedachten waren bij van alles, de dingen die ze nu meemaakte, de dingen die haar nu overkwamen. Mooie gedachten, vond ze.

Ze probeerde bij die mooie gedachten te blijven, maar onwillekeurig schoten haar gedachten door naar minder mooie dingen. Niet dat ze getroffen werd door de crisis, maar ze kreeg het huishoudboekje nog steeds niet rond. “Nee”; zei ze in gedachten tegen haarzelf; “daar wil ik nu niet aan denken!” Ze wilde weer denken aan haar eigen lach, niet de momenten dat ze ingehouden grinnikte, maar de momenten waarop ze schaterlachte.

Ze realiseerde zich dat ze zelden echt openlijk lachte, zo was ze niet. Meestal glimlachte ze als ze iets leuk vond, maar zelden liet ze zich gaan. Raar eigenlijk, want van nature was ze een vrolijk persoon en vaak vond ze dingen ook heel erg leuk of grappig, maar echt schaterlachen? Nee, dat deed ze eigenlijk zelden.

Te weinig, vond ze. Een vriendje had ooit gezegd dat ze een hele mooie lach had, maar zoals zo vaak had ze het compliment naast haar neergelegd en er niks mee gedaan. Zelf vond ze stiekem ook dat ze een mooie lach had, maar ze was te bescheiden om hem te pas en te onpas uit de kast te trekken. Dat deed ze eigenlijk alleen als ze zich op haar gemak voelde bij mensen.

Ze vroeg zich af wanneer dat was, wanneer ze zich ècht op haar gemak voelde. Ze keek even snel door de treincoupé en wist zonder echt naar de mensen te kijken dat ze zich bij haar medepassagiers in ieder geval int op haar gemak voelde. Hier zou ze in ieder geval niet schaterlachen. Bij wie wel? Ze wist het niet.

Waren er mensen bij wie ze zich op haar gemak voelde? Vast wel, maar zou ze daar echt lachen? Ze had zo vaak bij mensen, om wie ze veel gaf, willen uithuilen. Maar ze wilde niet weten hoe die over haar zouden denken, dus had ze het niet gedaan. Zou voor lachen hetzelfde gelden? Vast niet.

Ze zag anderen wel echt hard lachen, gewoon de slappe lach krijgen. Wat deden die mensen dan wat zij niet kon? Acteerden die mensen? Was hun lachen gewoon gespeelde vrolijkheid? Zij reserveerde haar volle lach liever. Niet willen opvallen, zoiets moest het zijn. Het was haar bescheidenheid, vast en zeker!

“Altijd maar die rem!”; dacht ze. Ze was het vaker in haar leven tegengekomen. Gelukkig had ze voor haarzelf geen rem en kon ze inwendig wel schaterlachen. Gewoon, uit het niets. Of juist wel om iets. Alleen, of bij anderen, maar die mochten dan niet merken dat ze schaterlachte van binnen. Dat deed ze nu niet, schaterlachen, en toch was daar die glimlach op haar gezicht.

Ze voelde hoe iets over haar wang streek, het kietelde een beetje. Ze besefte pas dat ze haar hand naar haar wang liet gaan om het weg te wrijven toen ze iets nats voelde. Hetgeen dat over haar wang gekieteld, was een traan geweest. Al vaker had ze tranen over haar wangen voelen glijden. Zelden had ze gemerkt dat het eigenlijk wel aangenaam kietelde.

Aandachtig bekeek ze de traan, die ze inmiddels op haar vingertop had gevangen, alsof ze een vuiltje op haar lens aan het zoeken was. Ze zag het bijna. Dit was een traan van geluk.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: