Zomerbries

De wind was een beetje gaan liggen, prettig. De rook die hij uitblies vormde een mooie wolk, die heel langzaam afdreef. Ergens had de wind geluisterd naar zijn schreeuw, of het iets minder hard kon. De wind had hem een tijdje geleden omver geblazen. Hij had het tempo willen bijbenen, maar had dat niet gered. Één windvlaag kwam van de verkeerde kant, hij raakte uit balans en ging keihard op zijn plaat.

Een ferme schaafwond had het opgeleverd, pijnlijk. Als man mocht hij niet huilen, maar het kind in hem huilde zoals een kind dat nou eenmaal doet. Van schrik, maar ook van de pijn. Als man weende hij  stil en onmerkbaar om het krenken van zijn trots. Nu was de schaafwond genezen, de huid was er nog een klein beetje rood dan de plekken er omheen, maar het zou de argeloze toeschouwer niet opvallen. gelukkig maar.

Hij zat zich in het zonnetje met een zacht zomerbriesje in de rug te bedenken hoe je de wind zachter kon laten waaien. Als je net zo hard rende, als dat de wind waaide, dan voelde je hem waarschijnlijk ook niet. Het was een manier, alleen werkte die in de praktijk niet zo best. Hij had het geprobeerd. Ergens voelde hij die schaafwond weer.

Je kon ook schuilen tegen de wind, zo bedacht hij zich. Maar dan zal je zien. Heb je een muur gevonden, staat de wind net op de kant van de muur waar jij zit en heb je er dus nog niks aan. Schuilen was ontwijken, dat ook nog eens. Het lag niet in zijn aard om te ontwijken.

Nu was de wind vanzelf gaan liggen, dat scheelde weer. De warme lucht van het zomerbriesje omarmde hem. Het legde zich om zijn hals, zonder verstikkend te zijn en blies zachtjes over zijn armen. Ook door de mouwen van zijn shirt kwam de warme bries binnen. Streelde zijn schouders, zijn borst, het omarmde hem. Plezierig.

Het was dezelfde wind als die eerder hard had gewaaid, nu in een mildere vorm. Deze wind kon hij hebben. Hij had deze wind onder controle. Hij had geprobeerd te lopen, hard, om even de wind door zijn haren te laten gaan, maar het voelde als tegenwind. Dat had hij net niet nodig. Dat deed hem meteen weer denken aan die keer dat hij viel. Dat was nog te recent, dat moest niet.

Hij had lopen krassen op zijn to do-list, driftig, haast furieus. De dingen die er vanaf konden. Opluchting, maar ook teleurstelling. Er zaten namelijk ook dingen in waar hij wel zin in had. De wind mocht niet harder waaien dan hij aankon. Hij dacht aan dat liedje van Bløf; “Het regent harder dan ik hebben kan!” Gelukkig was het droog en scheen de zon. Maar hij snapte de tekst iets meer dan normaal.

Het schuldgevoel bekroop hem. Bang voor de oordelen van degenen die hij nu had teleurgesteld. Hij kon het ook niet heel erg verantwoorden, alleen naar zichzelf. Maar hij zat hier zo lekker op zijn bankje en opstaan zou omvallen betekenen. Hij was nog aan het bijkomen en kon zeker niet rennen. Hoe leg je dat nou uit?

Hij besloot dat het hem niet zou deren, nam een teug van zijn sigaret en schoot het tussen zijn vingers weg. Tijd om langzaam op te staan. Langzaam te gaan lopen, met de snelheid van een zomerbriesje. Dat was de snelheid die hem beviel. Die zou hij voorlopig aanhouden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: