Wacht tot het rode licht gedoofd is

Zo stond ze daar al een tijdje te wachten. Haar handen aan het stuur, één voet op de trapper en de andere op de grond. Klaar om weg te rijden zodra het mocht. Ze had niet eens naar het blauwe bordje gekeken, maar ze wist dat het er hing. Wacht tot het rode licht gedoofd is. Er kan nog een trein aankomen. Ze moest aan de tekst denken en zocht naar het bordje. Zoals alle keren ervoor dat ze daar had gestaan, hing het er weer.

Ze keek gebiologeerd naar het bedoelde rode licht, het was een tweeling. Wachten tot het rode licht doofde duurde niet zo lang, want het doofde steeds als het broertje aanging en ging weer aan als het broertje doofde. De tweeling kreeg er niet genoeg van, ze bleven het spelletje spelen. Ze werden begeleid door een bel, het geluid irriteerde haar een beetje, hoewel het ergens ook wel iets vrolijks had bij het spelletje van de tweeling.

Zoals ze altijd de wereld te slim af probeerde te zijn, bedacht ze zich dat ze zich dus niets gelegen aan de rode lichten hoefde te laten, want er was elke seconden wel twee keer dat het rode licht doofde. Eigenlijk hoefde ze dus maar een halve seconden te wachten na die volgende trein. Ze kon dus volgens het bordje gewoon door rijden als ze dat wilde. Ze wist wel beter.

Rood was haar kleur, in alles. Het rood van haar bloed dat door haar aderen stroomde, dàt rood. Vlammend rood, of hoe je het ook wilde noemen. Alles wat er met rood geassocieerd werd, sprak haar wel aan. Rood had immers veel betekenissen. Passie, liefde, gevaar, bloed, warmte, de hel. Dingen die haar allemaal niet vreemd waren.

Passie, het was haar ding, ook in de liefde. Maar de liefde was ook een gevaar, want hoe vaak had ze niet vol passie van iemand gehouden en bleek dat niet goed uit te werken? Ze kon nog steeds genieten van anderen die vol passie over iets vertelden, dan veerde zij ook even op, maar voor haar zat het er niet meer in. Het was alles of niets en nu was het dus even niets. Misschien ooit weer.

Rood was ook warmte, ze miste het. De hel, ook rood, waar ze doorheen was gegaan had haar zover gedreven dat ze liever de hel had verkozen dan de pijn die ze toen leed. Toch doorrijden?. De warmte die ze zocht vond ze wel, maar ze kon hem maar niet ervaren, dat durfde ze niet. Er waren mensen om haar heen die de warmte gaven, als een straalkachel, die ook rood kleurde. Ze durfde niet te dichtbij te komen, bang dat ze zich weer zou branden.

Rood was haar kleur, in alle facetten die de kleur rijk was. Zo was zij zelf ook, veelzijdig, grillig in haar emotie. Rood was misschien wel de kleur van emotie, bedacht ze zich. Dat was rood en daarom was het haar kleur misschien. Onbewust likte ze even aan haar rood gestifte lippen. Ze had ooit gelezen dat het zo verleidelijk was omdat het mannen aan een vagina deed denken, vreemde associatie vond ze. Maar voor haar zei ze aan de mannen dat ze gevaarlijk was, ze had immers een scherpe tong.

Het spelletje was voorbij, ze had het altijd zo overheersende geluid van de voorbijrazende trein niet eens opgemerkt. De tweeling hield op met hun aan-en-uit-spelletje en toen de bel stopte met de tweeling te begeleiden, schrok ze wakker uit haar overpeinzing. Ze bracht haar gewicht op de trapper en zette haar fiets in beweging.

Vandaag was rood, op welke manier dan ook, zoals elke dag wel.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: