Wiskunde

Hoe kwamen we er op? Owja, vissticks, waarom die rechthoekig zijn. Mijn ‘logische’ antwoord was dat ze zo makkelijker  in een doosje pasten. De wedervraag verbaasde mij eerlijk gezegd, namelijk of ronde visdingen niet beter waren. Nou heb ik de auteur van het stukje hoog staan en verwacht dan ook dat hij zijn wiskunde kent, kent hij ook, maar hij is een A.

Het onderwijs verandert veel te snel en ik moet dus nu al aan de jongere generatie (en de oudere) uitleggen dat er een tijd was dat je op de havo en het vwo vanaf het vierde jaar moest kiezen voor wiskunde A of B. Ik koos voor wiskunde B, wat inhield dat ik vooral meetkundige problemen en algebraïsche vergelijkingen voorgeschoteld kreeg. Van wiskunde A weet ik niet zoveel, iets met kansberekeningen.

Het waren twee verschillende werelden, de A en de B. De A’ers kenden de werking van knopjes op de Casio Fx 82LB die we toen allemaal hadden, waar wij B’ers geen hout van snapten. Aan de andere kant snapten wij weer alles van SOS Castoa, de (co)sinus en de tangens. Wij konden simpel beredeneren waarom een hoek van 90° geen tangens kon hebben. Wij kenden π tot tien decimalen intikken.

Wij snapten dan weer niet dat de kans dat je met twee dobbelstenen acht gooit groter is dan dat je twaalf gooit. Wij konden dan weer makkelijk berekenen wat op een willekeurig punt in een boog de hoek van de stijging was. Gewoon even differentiëren, uit het hoofd. Ook konden wij de oppervlakte van een willekeurig vlak in een cilinder berekenen. Ja, wat je er aan hebt weet ik vijftien jaar later nog steeds niet, maar goed.

Ik denk dat de kansberekenaars van de A ook niet weten waarom ze het geleerd hebben, zouden ze het gebruiken? We hebben wel een bepaalde denkwijze, zowel wij, de B’ers, als zij, de A’ers. Blijkbaar verschilt die een beetje, maar de manier van problemen benaderen zit er nog wel in. Zo zeg ik meteen dat als je ronde voorwerpen in een doos wil stoppen, je dan altijd plekken met lucht overhoudt. En de wereld bestaat nou eenmaal uit vierkanten.

Aan de andere kant snap ik weer heel weinig van berekeningen met meerdere factoren. Zo moest ik dit voorjaar hypotheekberekeningen maken, gewoon, even uitrekenen wat iemand maximaal kon lenen en wat dat dan per maand zou gaan kosten, inclusief belastingteruggaaf. Veel te veel factoren voor mij, geef mij maart een onbekende en ik haal die naar boven: y = 3x² + 12x + 4, ik zeg je zo wat y dan is. gewoon, je krijgt twee opties, redeneer maar welke past.

Archimedes berekende met wiskunde B de omtrek van de aarde. Hij nam twee stokken, mat de schaduwen op twee punten en wist zo de omtrek van de aarde te berekenen. Zijn metingen waren niet heel exact, hij berekende de omtrek van de aarde op 39.640 km, iets van 360 kilometer te weinig. Het is voor de niet wiskundige een heel eind lopen, van Den Helder naar Maastricht, maar de wiskundige zal zeggen dat het een afwijking van nog geen één procent is.

Het is een mooi vak, je hebt er in de praktijk weinig aan, tenzij je echt gaat meten om te bouwen of zoiets. Maar het is een manier van denken die ik nog dagelijks toepas. Met mijn wiskunde B, net iets anders dan iemand met wiskunde A. Zelfs daar heb je weinig aan, die wetenschap.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: