Rode draad (makkelijke weg)

Ze zat in de trein, voornamelijk diep in gedachten. Zo af en toe dwaalden haar gedachten af naar waar ze was. Dan keek ze naar haar medepassagiers. Ze beoordeelde de mannen en vrouwen om zich heen, in haar gedachten zette ze plusjes en minnetjes achterop de foto’s die ze in gedachte van hen maakte.

Het was een zomerse dag en dat had zo zijn voordelen en nadelen. Het voordeel was dat er meer mensen hun best gingen doen om zich beter te kleden, maar daar mateloos in faalden. Ze moest daar altijd om lachen, heel hard en stil. Een nadeel was dat de mannen in de vijftig hun lelijke overhemden niet bedekten met zeiljacks.

De reden dat ze nu was afgedwaald naar het hier was dat ze op een station waren aangekomen, onrust in de coupé. Mensen die lomp opstonden om richting de deur te gaan, op haar tenen stonden of met hun onnodig grote tas tegen haar gezicht kwamen. Vreselijke momenten, ze was altijd blij als die mensen weg gingen. Daarna even de stilte en dan het omgekeerde ritueel..

Naast haar nam een man plaats van haar leeftijd, iets jonger misschien. Spijkerbroek, wit T-shirt, over zijn arm een verkreukeld zwart overhemd en een klein schoudertasje. Niet een heel onaardig gezicht om naar te kijken, brede schouders. Niet teveel natuurlijk, dat viel op. Toch deed ze het, steeds even stiekem opzij kijken, zoekend naar meer details om deze man beter te leren kennen en te beoordelen.

Hij had oordopjes in, zwarte, gelukkig. Mannen met witte oordopjes in vond ze maar niks, te standaard, een beetje showen met een iPhone, of nog erger, zonder, maar dan toch witte oordopjes. Zijn oren trouwens ook, niet opvallend groot of klein. Snel keek ze weer even de andere kant op, op zoek naar iets anders om te beoordelen.

Ze vond wel anderen, maar kon haar blik niet focussen om een oordeel te geven, die man naast haar moest eerst beoordeeld worden. Details, daar was ze van. Toch weer kijken. Hij keek even terug, een vrolijke blik met een lichte vleug van een glimlach. Geen gezicht met harde lijnen, een beetje bollig, het was dat de zon er op scheen dat ze kon zien dat hij zich duidelijk niet geschoren had. Haar blik dwaalde onwillekeurig af naar zijn hals.

Toen zag ze het ineens, op zijn sleutelbeen, ergens bij het midden. Het was nog geen drie centimeter lang, maar het hoorde daar niet. Een rood stukje draad zat daar vastgeplakt als een verstekeling. Het klopte niet in het beeld. Ze was van de details en het draadje stoorde haar. Had hij het niet gezien vanochtend toen hij zijn shirt aantrok? Was het in de loop van zijn dag er op gekomen? Het hoorde daar gewoon niet.

Ze legde de man even snel af, misschien kon ze iets aan hem ontdekken wat de herkomst van het draadje kon verklaren. Nee, nergens rode kleding. Zou ook wel vreemd zijn als hij bijvoorbeeld rode sokken aanhad en dat een draadje daarvan op zijn borst terecht was gekomen. Verwonderd bleef ze naar zijn sleutelbeen kijken, terwijl hij inmiddels gefocust was op het schermpje van zijn telefoon, toch wel een iPhone.

Daar klopte dan ook weer iets niet aan, want er zat geen snoer van de koptelefoon in de telefoon. Ze kon vanuit haar plek niet zien waar het snoer van de oordopjes heen krioelde, misschien zijn linker broekzak. Intrigerend. Maar dat andere draadje, zonde in het hele beeld dat ze zag. Een naar detail, zo zonde, zo makkelijk op te lossen.

Niet dat hij perfect was, verre van zelfs. geen atletisch lichaam, niet de juiste geur en onverzorgd haar. Toch was de kleur van zijn ogen diep en waren zijn wimpers lang. Ja, die schouderpartij. Maar dat verschrikkelijke draadje. Hoewel ze er niet in geloofde, probeerde ze hem telepathisch op het draadje te wijzen; “Haal nou weg, het hoort er niet!” Het stoorde haar, dat draadje, maar wat kon zij er aan doen?

Ze probeerde zijn blik te vangen, misschien dat ze hem met haar donkere ogen kon wijzen op het draadje, dat hij het dan weg zou halen. Zijn blik was niet te vangen, van zijn schermpje keek hij af en toe wel naar buiten, maar haar gunde hij geen blik waardig. Blijkbaar ook in gedachten, bezig met iets op zijn telefoon, een gesprek of zo. Snel nu, want misschien zou hij op het volgende station al uitstappen en ze kon hem toch niet zo de trein uit laten gaan?

Zou ze? Zou hij het erg vinden als ze hem er op wees? Zou hij haar niet een bemoeial vinden? Ach, dan was dat maar zo, hij ging er waarschijnlijk toch snel uit, dan zagen ze elkaar toch nooit meer. Doen, hem even aanspreken, eerst moed verzamelen. Dat deed je toch niet, zomaar mensen in de trein aanspreken op draadjes? Als het nou een bekende was, oké, dan pakte ze het draadje gewoon weg, maar hem kende ze niet.

Goed, actie. Met haar verre arm tikte ze hem zacht op zijn schouder die hard aanvoelde. Met een snelle beweging haalde hij het oordopje uit het oor aan haar kant; “Ja?” Ze had de stem niet verwacht. “Sorry”; begon ze en aarzelde even wat ze verder zou zeggen; “Maar het stoort me…”; en hij keek haar vragend aan. Eigenlijk als vanzelfsprekend ging haar hand naar het draadje en zijn blik volgde de hand tot hij niet meer kon zien waar die heen ging.

Het draadje gaf zich niet zomaar prijs en ze had drie, vier pogingen nodig om het draadje tussen haar lange nagels te klemmen. Zijn blik werd steeds verbaasder, maar geen vlaag van boosheid of afkeuring. Ze keek hem aan toen ze het draadje te pakken had en hield het draadje tussen hun gezichten in; “Dit zat er…” Geschrokken van zijn blik verontschuldigde ze zich; “Ik heb je toch niet gekrabd?!” Zijn antwoord kwam wat onverwacht, maar vergezeld van een brede glimlach; “Nee hoor, dank je!”

Ze voelde zich eigenlijk voor schut staan en merkte dat haar wangen warmer werden. Kut, ging ze ook nog blozen. Gelukkig kwam het volgende station er al aan en de trein minderde vaart. Hij zou er wel uit gaan, dan was het voorbij. Ze had pech, hij moest mee tot hetzelfde eindpunt, twee uur verderop. nou ja, pech? Ze keek iets vaker dan haar eigenlijk lief was nog opzij. Goed opslaan deze foto.

Ze betrapte haarzelf er op dat ze met het rode draadje aan het spelen was, ze had het nog in haar hand toen de trein voor de laatste keer afremde die rit. “Hier”; zei ze vlak voor het eindpunt; “Dit is van jou”; en ze overhandigde hem het draadje. Hij pakte het draadje van haar aan en bekeek het vluchtig, waarna hij haar weer aankeek met zijn glimlach. Zijn reactie was even verrassend als warm; “Koffie?”

“Is goed!”l zei ze.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: