De hotelkamer

Lang had het geduurd en we hadden onderweg veel gekibbeld. Last van anderen die niet deden wat we wilden, ja, het ging weer eens niet zoals wij wilden da het ging, maar goed, daar leefden we mee dat de dingen niet zo gingen als wij wilden. Maar de reis liep ten einde, waarmee ook alle tegenwerking en mislukking ten einde kwam. Ach, we zouden er vast om lachen later.

De trein remde voor de laatste meters van onze reis, hier was het einde, hier zou een eind komen aan de ontberingen. Vies en ellendig voelden we aan, alsof het een reis door de tropen was, maar tropenuren waren het geweest. Heftig op het moment, nu al een herinnering rijker voor eeuwig. We konden niet wachten om de trein uit te komen en stonden tot de verbazing van de medepassagiers al ver voor de trein stopte in de startblokken.

Aangekomen op het station waren we dan ook de eerste om de trein te verlaten. Hoewel we de stad niet kenden, liepen we een kant op, als het maar weg was van die trein, van die reis en van de ellende. We wisten niet waar we heen liepen, maar we bleven lopen, weglopen. Zwijgend naar elkaar met een gedeeld gevoel. Nog nooit waren we het zo eens geweest en nog nooit hadden we dat zo zwijgend naar elkaar geschreeuwd. Niet praten, niet aankijken.

Gek genoeg liepen we als ware het voorbestemd de goede kant uit en eer we het wisten stonden we voor het hotel. Ik keek jou aan en jij mij, er kon voor het eerst die dag een kleine glimlach vanaf bij ons beiden, zonder een woord te wisselen wisten we het, dit was gewoon te komisch voor woorden. De goede kant op weglopen.

De formaliteiten afhandelen en snel richtng de kamer. Ergens in een serene rust, maar ook gehaast alsof er geen tijd te verliezen was. De deur hard achter ons dichtgeslagen en op slot gedraaid, niet storen a.u.b. Even moest niemand ons storen, even zouden we ontploffen als iemand ons zou storen.

We doken op bed en in elkaars armen. Stevig elkaar vastgrijpen, alsof we elkaar al een tijd niet hadden gezien. Het voelde als nodig, want in de gezamenlijke belevenis hadden wij tegen de wereld gestreden, niet naar elkaar gekeken, even elkaar verloren en nu weer terug gevonden. Ik maakte een opmerking en eigenlijk was hij niet grappig, maar we ontploften in een daverend gelach. Ontladend.

Het was een moment van geluk, een moment van innig samenzijn, een dierbaar gedeeld moment. Een moment om lief te hebben, wat we ook deden, maar vooral een moment om niet te onderbreken en als het moet, een hele dag te laten duren. Wat voelde ik mij gelukkig op dat moment en ik wilde dat het nooit voorbij zou gaan. Ik en mijn liefste. Ik wilde het duiden en opende mijn mond om te spreken, legendarische woorden die je nooit zou vergeten…

“Pap…. Pahap! Ben je al wakker?; mijn zoon klom op het bed en haalde mij uit een mooi moment. Soms zijn momenten te mooi om waar te zijn of zijn momenten te waar om mooi te zijn, z vlak na elkaar.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: