De lijst waar Bart op stond

Niemand wist eigenlijk waarom hij op de lijst terecht was gekomen en niemand wist ook wie hem daar op had gezet, maar hij stond er nou eenmaal op. Toen de hoge heren die beslisten hem op de lijst zagen staan, keken ze even raar op. Ze pakten zijn dossier er bij en verbaasden zich maar weer eens. Zo ging dat wel vaker, dat er mensen op de lijst stonden die je er eigenlijk niet op wilde hebben. Maar eenmaal op de lijst, kwam je er niet meer vanaf.

Zijn dossier werd behandeld en eigenlijk waren ze het over eens; niet nu, maar uiteindelijk wel een keer. Wie dan leeft, wie dan zorgt. Deze Bart had nog wel wat te doen daar en kon dus niet zomaar van de lijst gehaald worden. Het was nog van belang dat hij bleef. Hij was nog zo leuk bezig met van alles en het zou zonde zijn. Zij besloten dat het nog niet zover was. Hij was tenslotte ook pas begin veertig, wat wil je?

Bart was lekker bezig met zijn kinderen op te voeden, van zijn vrouw aan het houden, lekker werken in een job die hij leuk vond… Ook was hij bezig allerlei mooie dingen aan het maken, kunst noemde hij dat, maar dan toch zeker wel met een kleine k. Nee, niet hoogdravend, gewoon leuk. Aspiratie en ambitie? Ja. Om er beroemd mee te worden en van te leven? Nee, die illusie had hij niet.

Daar was het ook de man niet naar, die Bart. Gewoon een vent die zijn best aan het doen was, hier en daar een paar steekjes liet vallen en vooral bezig was met lol in zijn leven te hebben. Niks opvallends, niks geen reden waarom hij op de lijst zou moeten komen te staan. Toch stond hij er en dat maakten de heren en dames die de lijst moesten behandelen elke keer weer mee.

Goed, wat zouden ze nou met Bart aan? Nog een half jaar? Nog een jaar? Hoelang kon je eigenlijk zoiets rekken? Ze wisten dat hij niet zomaar zonder bagage op de lijst was gekomen, hij had wat achter zijn naam staan. Dat ze beneden er nog alles aan deden was ijle hoop. Alleen de dames en heren beslisten hoe lang iemand op de lijst bleef.

“Nog een half jaar Bart…”; hoorden ze de man in de witte jas beneden zich zeggen, zelf vonden ze minstens nog een jaar wel prima. Dat ze beneden er iets aan gingen doen, wisten ze, dat gebeurde nou eenmaal altijd als mensen met een plusje op de lijst kwamen. Hoe Bart er zelf onder was, was eerst ook wel te voorspellen. Woede, verdriet, acceptatie, het gebruikelijke rijtje.

Wat de dames en heren boven wel opviel was dat hij een kale plek op zijn hoofd kreeg en hoe Bart daarop reageerde. Hij verdeelde zijn haardos in net zo grote plekken en gaf elk een andere kleur. De kale plek was onderdeel geworden van een lappendeken die zijn kapsel werd. Ze moesten er boven, ondanks hun grimmige en serieuze taak, wel om lachen.

Ze gaven hem nog een paar jaar extra en zagen dat hij opveerde. Het leven op de lijst van deze ploeg mensen was doorgaans saai en ondraaglijk, maar hier liep er eentje rond die genoot alsof elke dag zijn laatste was. Bart genoot van zijn kinderen en zag ze ouder worden. Hij genoot van zijn kunst en de vrijheid die hij had om dingen te maken. Niet voor de handel — ja, leuk als het verkocht– omdat hij daar geen zin in had. Hij maakte het voor zichzelf.

En toe maar, ook nog een reislustig tiepje! Ze konden er daarboven van genieten en steeds als het tijd werd om weer eens over verlenging te praten, waren ze het er over eens. Hij kreeg weer een jaar, en nog een en nog een. Hij bleef lang op de lijst staan en ze genoten iedere dag van zijn leven. Hoe hij gewoon dingen bleef doen, of nou ja, eigenlijk niet gewoon. Doordat hij op de lijst stond, was hij geen verantwoording meer schuldig en bevrijd van de zorgen, leefde hij in vrijheid.

Ja, daarboven konden ze hier wel wat mee. Toch vonden ook zij dat zelfs Bart, die hen onderhand dierbaar was geworden, niet eeuwig op de lijst kon staan. Daar was de lijst niet voor en dus moest ook Bart er een keer vanaf. Die tijd zou nog komen. Eerst toch nog maar weer verlengen en deze Bart van zijn dingen laten genieten. Bart was inmiddels achterin de vijftig toen ze het na een jaar of zestien-zeventien wel welletjes vonden en hem van de lijst schrapten. Ze zouden hem het niet al te moeilijk maken, dat had hij wel bij hen bereikt.

Afgelopen zondag schrapten ze Bart, mijn achterneef, definitief van de lijst. Een man die nog maar een half jaar te leven had met een hersentumor, maar daar doodleuk 17 jaar van maakte. Dat eigenwijze gedrag zit nou eenmaal in de familie en ook hij heeft daar zijn deel van meegekregen. Niet dat ik hem vaak gezien of gesproken heb, zijn ouders des te meer, maar ik vond het wel een mooie vent, hoe hij in het leven stond, of liever gezegd in de dood.

Daar gewoon naar glimlachen en dan bedenken dat de gedachte ‘ik ga toch wel eens dood’ waarheid is geworden. Kon hij en daarom moest ik dan ook wel om hem lachen. Niet dat ik met innig verdriet zit, je weet dat het er aan zit te komen, maar dan nog is het wel vreemd om iemand waar je niet een heel erge band mee had, toch nooit weer te zullen zien. Het zal morgen vast mooi worden, daar ben ik zeker van.

Hem morgen maar eens naar zijn mooiste plekje van Amsterdam brengen: Zorgvliet

 

Advertenties

Reacties zijn niet mogelijk.

%d bloggers liken dit: