Sassenheim

Ik heb op stations gestaan, grote en kleine, stille en drukke, maar zelden stond ik op een station als Sassenheim.

Ja, het was stil, heel stil. Zelfs de wind maakte, hoewel die best hard was, geen geluid op station Sassenheim. Complete stilte in een polder tussen niets en nergens. Afgezonderd van elk geluid, van de mensheid, van de dieren, van de natuur, van elke vorm van leven.

Ik stond daar, omdat ik weg wilde daar. Logisch, de doodse stilte was oorverdovend, slechts doorbroken door een voorbijrazende trein, of in de verte de snelweg. Stil en kaal, prachtig ingebed in het dito landschap dat ook weinig teken van leven vertoont. U moest er maar zelf eens heen gaan. Zo eens in de zoveel tijd stopt er een trein, hoewel je het nut erachter ver moet zoeken.

Ik heb veel stations gezien, ook hele stille. Neem nou Zevenbergen, elf uur ’s avonds. Een halve paardenkop en ik was een van die drie man, ook heel erg stil. Maar daar was ik niet alleen, ik heb bij mijn weten nog nooit alleen op een station gestaan, tot ik in Sassenheim stond.

Het station in Sassenheim zal wel een doel hebben verder, ik stapte er immers ook op, maar dat was omdat het er toch lag. De spoorwegen zullen berekend hebben hoeveel reizigers ze daar per dag kunnen verwachten en vijfduizend is genoeg voor een station blijkbaar. Dus ligt het daar, het station van Sassenheim.

Ongetwijfeld zijn er stillere plekken in Nederland, maar ik denk dat het station van Sassenheim toch wel hoog in de lijst staat. Eens in het half uur doet een sprinter zijn best om daar mensen af te leveren en op te halen, vaak zonder resultaat. Er zijn gewoon te weinig mensen op deze wereld die naar Sassenheim willen of daar vandaan komen. Het is oneerlijk.

Het doel van Sassenheim ontgaat mij vaak, van het station nog vaker. Misschien dat het een plek is waar je met 140 doorheen wil sjezen, maar dat men het niet zag. Nu ziet men het station voorbijflitsen, dus weet je dat die plek er is. Dat je één seconde denkt; “Dit is dus Sassenheim…”; en daarna vergeet wat het was. Zoiets is het nut van station Sassenheim. Denk ik.

Die stilte en die koude stille wind maken het ook desolaat. Het drukst is het als er een intercity snel doorheen zoeft: er gebeurt wat in Sassenheim, acht keer per uur. Desolaat dat je bijna verleidt wordt om te springen, als je in de verte die intercity ziet aankomen. Zo stil dat je je afvraagt of überhaupt iemand dat zou merken. Van God en alles verlaten.

Ja, dan Sassenheim. Anders dan Zevenbergen is het nieuw, steriel, kunstmatig en verfijnd ontdaan van alle sfeer en warmte. Het Lelystad onder de stations. Dat is station Sassenheim, waar je eeuwig kan wachten, niemand die het ziet.

Geen plek op aarde waar ik liever vertrek, gelukkig kan dat nu ook met de trein.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: